De schakeling is een inverterende versterker. De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±12 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
1.Makkelijk
Vin = −1 VR1 = 2 kΩRf = 100 kΩVsat = ±12 V
Vout = V
2.Makkelijk
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de stroom I1 door R₁, in de richting van de opamp.
Vin = −0,2 VR1 = 4,7 kΩRf = 47 kΩ
I1 = mA
3.Gemiddeld
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Vin = 2 VRa = 22 kΩRb = 2 kΩR1 = 22 kΩRf = 100 kΩ
Vout = V
4.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 31 geeft.
R1 = 22 kΩAv = 31
Rf = kΩ
5.Moeilijk
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. De weerstandsverhoudingen zijn niet op elkaar afgestemd. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = 1,1 VV2 = 1,3 VR1 = 100 kΩR2 = 100 kΩR3 = 2 kΩR4 = 22 kΩ
Vout = V
6.Moeilijk
De integrator gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±14 V. De condensator is ongeladen als op t = 0 een constante ingang Vin = −1 V wordt aangelegd. Vind de uitgangsspanning Vout op t = 1 ms.
Vin = −1 VR = 1 kΩC = 0,22 µFVsat = ±14 Vt = 1 ms
Vout = V
Antwoordenblad
- 1. Vout = 12 V
- 2. I1 = −0,04255 mA
- 3. Vout = 0,9242 V
- 4. Rf = 660 kΩ
- 5. Vout = 1,283 V
- 6. Vout = 4,545 V
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.