Werkblad Opampschakelingen met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Opampschakelingen: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
−+Vout​Rf​ = 47 kΩVin​ = 1,2 VR1​ = 4,7 kΩI1​

De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de stroom I1 door R₁, in de richting van de opamp.

Vin = 1,2 VR1 = 4,7 kΩRf = 47 kΩ
I1 = mA
2.Makkelijk
−+Vout​Rf​ = ?Vin​R1​ = 4,7 kΩ

Een inverterende versterker met een ideale opamp moet een spanningsversterking van −8 hebben. De ingangsweerstand is R1 = 4,7 kΩ. Vind de terugkoppelweerstand Rf.

Av = −8R1 = 4,7 kΩ
Rf = kΩ
3.Gemiddeld
−+Vout​Rf​ = 100 kΩR1​ = 47 kΩVin​ = 2 VRa​ = 2 kΩRb​ = 10 kΩ

De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.

Vin = 2 VRa = 2 kΩRb = 10 kΩR1 = 47 kΩRf = 100 kΩ
Vout = V
4.Gemiddeld
−+Vout​Rf​ = ?R1​ = 4,7 kΩVin​

Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 8 geeft.

R1 = 4,7 kΩAv = 8
Rf = kΩ
5.Moeilijk
−+Vout​Rf​ = 2 kΩV1​ = 1,9 VR1​ = 1 kΩV2​ = −1,8 VR2​ = 47 kΩ

De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.

V1 = 1,9 VV2 = −1,8 VR1 = 1 kΩR2 = 47 kΩRf = 2 kΩ
Vout = V
6.Moeilijk
Vin​V1​Vout​trap 1: inverterendR1​ = 10 kΩRf1​ = 100 kΩtrap 2: niet-inverterendR2​ = 4,7 kΩRf2​ = 1 kΩ

Twee ideale opamptrappen staan in cascade: een inverterende versterker (R1, Rf1) gevolgd door een niet-inverterende versterker (R2 naar massa, Rf2 in de terugkoppeling). Beide worden gevoed met ±15 V. De ingang is Vin = −0,5 V. Vind de uitgangsspanning Vout.

R1 = 10 kΩRf1 = 100 kΩR2 = 4,7 kΩRf2 = 1 kΩVin = −0,5 V
Vout = V

Antwoordenblad

  1. 1. I1 = 0,2553 mA
  2. 2. Rf = 37,6 kΩ
  3. 3. Vout = 5,213 V
  4. 4. Rf = 32,9 kΩ
  5. 5. Vout = −3,723 V
  6. 6. Vout = 6,064 V

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.