Een sensor gedraagt zich als een bron van 6,5 V met een inwendige weerstand Rs = 2,2 kΩ. Hij voedt een belasting RL = 4,7 kΩ via een ideale spanningsvolger (buffer met versterking 1). Vind ter vergelijking de belastingsspanning VL als de belasting zonder buffer direct op de sensor zou zijn aangesloten.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
1.Makkelijk
Vs = 6,5 VRs = 2,2 kΩRL = 4,7 kΩ
VL = V
2.Makkelijk
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Vin = −1,9 VR1 = 1 kΩRf = 2 kΩ
Vout = V
3.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 25 geeft.
R1 = 100 kΩAv = 25
Rf = kΩ
4.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 6 geeft.
R1 = 100 kΩAv = 6
Rf = kΩ
5.Moeilijk
De integrator gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±14 V. De condensator is ongeladen als op t = 0 een constante ingang Vin = 1,9 V wordt aangelegd. Hoe lang na t = 0 bereikt de uitgang de verzadiging? Vind t.
Vin = 1,9 VR = 4,7 kΩC = 2,2 µFVsat = ±14 V
t = ms
6.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = 1,3 VV2 = −0,3 VR1 = 10 kΩR2 = 1 kΩRf = 2 kΩ
Vout = V
Antwoordenblad
- 1. VL = 4,428 V
- 2. Vout = 3,8 V
- 3. Rf = 2400 kΩ
- 4. Rf = 500 kΩ
- 5. t = 76,19 ms
- 6. Vout = 0,34 V
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.