De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
1.Makkelijk
Vin = 1,5 VR1 = 10 kΩRf = 47 kΩ
Vout = V
2.Makkelijk
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de stroom I1 door R₁, in de richting van de opamp.
Vin = 0,5 VR1 = 2 kΩRf = 10 kΩ
I1 = mA
3.Gemiddeld
De verschilversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V, met R3 = R1 en R4 = R2. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = 2,7 VV2 = −2,5 VR1 = R3 = 4,7 kΩR2 = R4 = 2 kΩ
Vout = V
4.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 31 geeft.
R1 = 10 kΩAv = 31
Rf = kΩ
5.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = −1,6 VV2 = −2 VR1 = 47 kΩR2 = 4,7 kΩRf = 2 kΩ
Vout = V
6.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de stroom If door de terugkoppelweerstand, in de richting van de uitgang.
V1 = −1,3 VV2 = −0,9 VR1 = 2 kΩR2 = 1 kΩRf = 1 kΩ
If = mA
Antwoordenblad
- 1. Vout = −7,05 V
- 2. I1 = 0,25 mA
- 3. Vout = −2,213 V
- 4. Rf = 300 kΩ
- 5. Vout = 0,9191 V
- 6. If = −1,55 mA
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.