Een sensor gedraagt zich als een bron van 10 V met een inwendige weerstand Rs = 10 kΩ. Hij voedt een belasting RL = 10 kΩ via een ideale spanningsvolger (buffer met versterking 1). Vind ter vergelijking de belastingsspanning VL als de belasting zonder buffer direct op de sensor zou zijn aangesloten.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 31 geeft.
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±13 V. De inverterende versterker wordt gestuurd met een sinusvormig signaal. Vind de grootste ingangsamplitude Vin,max (topwaarde) waarbij de uitgang niet wordt afgekapt.
Twee ideale opamptrappen staan in cascade: een inverterende versterker (R1, Rf1) gevolgd door een niet-inverterende versterker (R2 naar massa, Rf2 in de terugkoppeling). Beide worden gevoed met ±15 V. De ingang is Vin = 0,9 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Twee ideale opamptrappen staan in cascade: een inverterende versterker (R1, Rf1) gevolgd door een niet-inverterende versterker (R2 naar massa, Rf2 in de terugkoppeling). Beide worden gevoed met ±15 V. Vind de totale spanningsversterking Av = Vout/Vin.
Antwoordenblad
- 1. VL = 5 V
- 2. Vout = −1,2 V
- 3. Rf = 30 kΩ
- 4. Vin,max = 2,86 V
- 5. Vout = −10,91 V
- 6. Av = −4
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.