De schakeling is een inverterende versterker. De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±14 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
1.Makkelijk
Vin = 1,4 VR1 = 1 kΩRf = 100 kΩVsat = ±14 V
Vout = V
2.Makkelijk
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Vin = −1,7 VR1 = 4,7 kΩRf = 10 kΩ
Vout = V
3.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 21 geeft.
R1 = 22 kΩAv = 21
Rf = kΩ
4.Gemiddeld
De verschilversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V, met R3 = R1 en R4 = R2. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = 2,3 VV2 = 0,1 VR1 = R3 = 1 kΩR2 = R4 = 2 kΩ
Vout = V
5.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de stroom If door de terugkoppelweerstand, in de richting van de uitgang.
V1 = 0,4 VV2 = −1,9 VR1 = 47 kΩR2 = 4,7 kΩRf = 10 kΩ
If = mA
6.Moeilijk
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. De weerstandsverhoudingen zijn niet op elkaar afgestemd. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = 1,7 VV2 = 0,5 VR1 = 47 kΩR2 = 47 kΩR3 = 10 kΩR4 = 4,7 kΩ
Vout = V
Antwoordenblad
- 1. Vout = −14 V
- 2. Vout = 3,617 V
- 3. Rf = 440 kΩ
- 4. Vout = −4,4 V
- 5. If = −0,3957 mA
- 6. Vout = −1,38 V
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.