De schakeling is een inverterende versterker. De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±12 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
1.Makkelijk
Vin = −0,5 VR1 = 1 kΩRf = 4,7 kΩVsat = ±12 V
Vout = V
2.Makkelijk
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Vin = 0,1 VR1 = 1 kΩRf = 10 kΩ
Vout = V
3.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 8 geeft.
R1 = 10 kΩAv = 8
Rf = kΩ
4.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 15 geeft.
R1 = 1 kΩAv = 15
Rf = kΩ
5.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = 1,1 VV2 = −0,4 VR1 = 4,7 kΩR2 = 2 kΩRf = 10 kΩ
Vout = V
6.Moeilijk
Twee ideale opamptrappen staan in cascade: een inverterende versterker (R1, Rf1) gevolgd door een niet-inverterende versterker (R2 naar massa, Rf2 in de terugkoppeling). Beide worden gevoed met ±15 V. De ingang is Vin = −1 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
R1 = 4,7 kΩRf1 = 4,7 kΩR2 = 22 kΩRf2 = 2 kΩVin = −1 V
Vout = V
Antwoordenblad
- 1. Vout = 2,35 V
- 2. Vout = −1 V
- 3. Rf = 70 kΩ
- 4. Rf = 14 kΩ
- 5. Vout = −0,3404 V
- 6. Vout = 1,091 V
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.