Een inverterende versterker met een ideale opamp moet een spanningsversterking van −2,5 hebben. De terugkoppelweerstand is Rf = 10 kΩ. Vind de ingangsweerstand R1.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
1.Makkelijk
Av = −2,5Rf = 10 kΩ
R1 = kΩ
2.Makkelijk
De schakeling is een inverterende versterker. De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±13 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Vin = 0,2 VR1 = 22 kΩRf = 100 kΩVsat = ±13 V
Vout = V
3.Gemiddeld
De verschilversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V, met R3 = R1 en R4 = R2. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = 0,5 VV2 = 0,6 VR1 = R3 = 22 kΩR2 = R4 = 47 kΩ
Vout = V
4.Gemiddeld
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Vin = −0,9 VR1 = 4,7 kΩRf = 10 kΩ
Vout = V
5.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = 1,7 VV2 = 0,7 VR1 = 10 kΩR2 = 1 kΩRf = 1 kΩ
Vout = V
6.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de stroom If door de terugkoppelweerstand, in de richting van de uitgang.
V1 = −1,1 VV2 = 0,4 VR1 = 10 kΩR2 = 100 kΩRf = 4,7 kΩ
If = mA
Antwoordenblad
- 1. R1 = 4 kΩ
- 2. Vout = −0,9091 V
- 3. Vout = 0,2136 V
- 4. Vout = −2,815 V
- 5. Vout = −0,87 V
- 6. If = −0,106 mA
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.