Een inverterende versterker met een ideale opamp moet een spanningsversterking van −4 hebben. De terugkoppelweerstand is Rf = 10 kΩ. Vind de ingangsweerstand R1.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
1.Makkelijk
Av = −4Rf = 10 kΩ
R1 = kΩ
2.Makkelijk
Een inverterende versterker met een ideale opamp moet een spanningsversterking van −2,5 hebben. De terugkoppelweerstand is Rf = 100 kΩ. Vind de ingangsweerstand R1.
Av = −2,5Rf = 100 kΩ
R1 = kΩ
3.Gemiddeld
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Vin = −1 VR1 = 10 kΩRf = 10 kΩ
Vout = V
4.Gemiddeld
De verschilversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V, met R3 = R1 en R4 = R2. Vind de spanning V− op de inverterende ingang.
V1 = 0,8 VV2 = −2,7 VR1 = R3 = 47 kΩR2 = R4 = 4,7 kΩ
V− = V
5.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = −0,8 VV2 = 1,6 VR1 = 4,7 kΩR2 = 47 kΩRf = 2 kΩ
Vout = V
6.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de stroom If door de terugkoppelweerstand, in de richting van de uitgang.
V1 = −0,4 VV2 = −2 VR1 = 10 kΩR2 = 22 kΩRf = 4,7 kΩ
If = mA
Antwoordenblad
- 1. R1 = 2,5 kΩ
- 2. R1 = 40 kΩ
- 3. Vout = −2 V
- 4. V− = −0,2455 V
- 5. Vout = 0,2723 V
- 6. If = −0,1309 mA
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.