Een inverterende versterker met een ideale opamp moet een spanningsversterking van −2,5 hebben. De ingangsweerstand is R1 = 2,2 kΩ. Vind de terugkoppelweerstand Rf.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
1.Makkelijk
Av = −2,5R1 = 2,2 kΩ
Rf = kΩ
2.Makkelijk
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Vin = −1,5 VR1 = 10 kΩRf = 47 kΩ
Vout = V
3.Gemiddeld
De verschilversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V, met R3 = R1 en R4 = R2. Vind de spanning V− op de inverterende ingang.
V1 = 0,4 VV2 = 2,1 VR1 = R3 = 100 kΩR2 = R4 = 47 kΩ
V− = V
4.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 10 geeft.
R1 = 4,7 kΩAv = 10
Rf = kΩ
5.Moeilijk
De integrator gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±13 V. De condensator is ongeladen als op t = 0 een constante ingang Vin = −0,4 V wordt aangelegd. Vind de uitgangsspanning Vout op t = 20 ms.
Vin = −0,4 VR = 1 kΩC = 2,2 µFVsat = ±13 Vt = 20 ms
Vout = V
6.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = −1 VV2 = 0,5 VR1 = 4,7 kΩR2 = 47 kΩRf = 1 kΩ
Vout = V
Antwoordenblad
- 1. Rf = 5,5 kΩ
- 2. Vout = 7,05 V
- 3. V− = 0,6714 V
- 4. Rf = 42,3 kΩ
- 5. Vout = 3,636 V
- 6. Vout = 0,2021 V
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.