De schakeling is een inverterende versterker. De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±13 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
1.Makkelijk
Vin = −0,7 VR1 = 10 kΩRf = 22 kΩVsat = ±13 V
Vout = V
2.Makkelijk
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Vin = 1,3 VR1 = 1 kΩRf = 10 kΩ
Vout = V
3.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 6 geeft.
R1 = 1 kΩAv = 6
Rf = kΩ
4.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 21 geeft.
R1 = 22 kΩAv = 21
Rf = kΩ
5.Moeilijk
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. De weerstandsverhoudingen zijn niet op elkaar afgestemd. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = 1,8 VV2 = 0,6 VR1 = 22 kΩR2 = 2 kΩR3 = 4,7 kΩR4 = 100 kΩ
Vout = V
6.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de stroom If door de terugkoppelweerstand, in de richting van de uitgang.
V1 = −0,5 VV2 = 1,4 VR1 = 100 kΩR2 = 4,7 kΩRf = 4,7 kΩ
If = mA
Antwoordenblad
- 1. Vout = 1,54 V
- 2. Vout = −13 V
- 3. Rf = 5 kΩ
- 4. Rf = 440 kΩ
- 5. Vout = 0,4615 V
- 6. If = 0,2929 mA
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.