Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt ademt 29 keer per minuut met een teugvolume van 310 mL. Bepaal de minuutventilatie V̇E in L/min.
Werkblad Zuurstoftherapie en respiratoire berekeningen met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). De manometer van een zuurstofcilinder van maat E geeft 2200 psi aan. De cilinderfactor is 0,28 L/psi. Hoeveel liter V kan worden gebruikt voordat de veilige restdruk van 200 psi is bereikt?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft Hb 70 g/L, SaO₂ 96% en PaO₂ 81 mmHg (10,8 kPa). Bepaal het arteriële zuurstofgehalte CaO₂ = 1,34 × Hb (g/dL) × SaO₂ + 0,003 × PaO₂ (mmHg) in mL O₂/dL.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zuurstofcilinder van maat H (factor 3,14 L/psi) geeft 1050 psi aan en loopt met 5 L/min. Hoeveel minuten t gaat hij mee als je een veilige restdruk van 200 psi aanhoudt? Rond af naar beneden op een hele minuut.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een beademde man is 169 cm lang en weegt 75 kg. De longbeschermende beademing is ingesteld op 6 mL per kg voorspeld lichaamsgewicht. Bepaal met PBW = 50 + 0,91 × (height cm − 152,4) kg het teugvolume VT op de dichtstbijzijnde mL.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft Hb 156 g/L, SaO₂ 98%, PaO₂ 104 mmHg (13,9 kPa) en een hartminuutvolume van 6 L/min. Bepaal met CaO₂ = 1,34 × Hb (g/dL) × SaO₂ + 0,003 × PaO₂ (mmHg) het zuurstofaanbod DO₂ = CaO₂ × CO × 10 in mL/min.
Antwoordenblad
- 1. V̇E = 8,99 L/min
- 2. V = 560 L
- 3. CaO₂ = 9,248 mL/dL
- 4. t = 533 min
- 5. VT = 391 mL
- 6. DO₂ = 1248 mL/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.