Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt ademt 31 keer per minuut met een teugvolume van 610 mL. Bepaal de minuutventilatie V̇E in L/min.
Werkblad Zuurstoftherapie en respiratoire berekeningen met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Het team wil via een neusbril een ingeademde zuurstoffractie van ongeveer 37%. Welke flow Q volgt uit de vuistregel FiO₂ ≈ 21% + 4% per L/min? (De werkelijke FiO₂ hangt af van de ademhaling van de patiënt.)
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft Hb 174 g/L, SaO₂ 98% en PaO₂ 99 mmHg (13,2 kPa). Bepaal het arteriële zuurstofgehalte CaO₂ = 1,34 × Hb (g/dL) × SaO₂ + 0,003 × PaO₂ (mmHg) in mL O₂/dL.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zuurstofcilinder van maat H (factor 3,14 L/psi) geeft 1850 psi aan en loopt met 12 L/min. Hoeveel minuten t gaat hij mee als je een veilige restdruk van 200 psi aanhoudt? Rond af naar beneden op een hele minuut.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een beademde man is 161 cm lang en weegt 87 kg. De longbeschermende beademing is ingesteld op 6 mL per kg voorspeld lichaamsgewicht. Bepaal met PBW = 50 + 0,91 × (height cm − 152,4) kg het teugvolume VT op de dichtstbijzijnde mL.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een cilinder met een waterinhoud van 3 L is gevuld tot 199 bar en loopt met 12 L/min. Het gasvolume is ongeveer de waterinhoud × de druk. In deze oefening wordt de cilinder vervangen bij 20 bar. Hoeveel minuten t duurt het voordat hij vervangen moet worden? Rond af naar beneden op een hele minuut.
Antwoordenblad
- 1. V̇E = 18,91 L/min
- 2. Q = 4 L/min
- 3. CaO₂ = 23,15 mL/dL
- 4. t = 431 min
- 5. VT = 347 mL
- 6. t = 44 min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.