Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt ademt 20 keer per minuut met een teugvolume van 430 mL. Bepaal de minuutventilatie V̇E in L/min.
Werkblad Zuurstoftherapie en respiratoire berekeningen met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Het team wil via een neusbril een ingeademde zuurstoffractie van ongeveer 33%. Welke flow Q volgt uit de vuistregel FiO₂ ≈ 21% + 4% per L/min? (De werkelijke FiO₂ hangt af van de ademhaling van de patiënt.)
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zuurstofcilinder van maat E (factor 0,28 L/psi) geeft 2000 psi aan en loopt met 5 L/min. Hoeveel minuten t gaat hij mee als je een veilige restdruk van 200 psi aanhoudt? Rond af naar beneden op een hele minuut.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt ademt 10 keer per minuut met een teugvolume van 510 mL. De anatomische dode ruimte is 140 mL. Bepaal de alveolaire ventilatie V̇A in L/min.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een beademde man is 177 cm lang en weegt 94 kg. De longbeschermende beademing is ingesteld op 5 mL per kg voorspeld lichaamsgewicht. Bepaal met PBW = 50 + 0,91 × (height cm − 152,4) kg het teugvolume VT op de dichtstbijzijnde mL.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een transport duurt 45 minuten. De cilinder van maat D (factor 0,16 L/psi) geeft 1450 psi aan. Wat is met een veilige restdruk van 200 psi de hoogste flow Q in hele L/min die het hele transport meegaat?
Antwoordenblad
- 1. V̇E = 8,6 L/min
- 2. Q = 3 L/min
- 3. t = 100 min
- 4. V̇A = 3,7 L/min
- 5. VT = 362 mL
- 6. Q = 4 L/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.