Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt ademt 13 keer per minuut met een teugvolume van 660 mL. Bepaal de minuutventilatie V̇E in L/min.
Werkblad Zuurstoftherapie en respiratoire berekeningen met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Het team wil via een neusbril een ingeademde zuurstoffractie van ongeveer 45%. Welke flow Q volgt uit de vuistregel FiO₂ ≈ 21% + 4% per L/min? (De werkelijke FiO₂ hangt af van de ademhaling van de patiënt.)
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft Hb 72 g/L, SaO₂ 95% en PaO₂ 78 mmHg (10,4 kPa). Bepaal het arteriële zuurstofgehalte CaO₂ = 1,34 × Hb (g/dL) × SaO₂ + 0,003 × PaO₂ (mmHg) in mL O₂/dL.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt ademt 15 keer per minuut met een teugvolume van 680 mL. De anatomische dode ruimte is 180 mL. Bepaal de alveolaire ventilatie V̇A in L/min.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een transport duurt 30 minuten. De cilinder van maat E (factor 0,28 L/psi) geeft 1850 psi aan. Wat is met een veilige restdruk van 200 psi de hoogste flow Q in hele L/min die het hele transport meegaat?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft Hb 97 g/L, SaO₂ 98%, PaO₂ 98 mmHg (13,1 kPa) en een hartminuutvolume van 7,8 L/min. Bepaal met CaO₂ = 1,34 × Hb (g/dL) × SaO₂ + 0,003 × PaO₂ (mmHg) het zuurstofaanbod DO₂ = CaO₂ × CO × 10 in mL/min.
Antwoordenblad
- 1. V̇E = 8,58 L/min
- 2. Q = 6 L/min
- 3. CaO₂ = 9,4 mL/dL
- 4. V̇A = 7,5 L/min
- 5. Q = 15 L/min
- 6. DO₂ = 1016 mL/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.