Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt krijgt zuurstof via een neusbril met 6 L/min. Schat met FiO₂ ≈ 21% + 4% per L/min de ingeademde zuurstof FiO₂ in procenten.
Werkblad Zuurstoftherapie en respiratoire berekeningen met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). De manometer van een zuurstofcilinder van maat H geeft 2050 psi aan. De cilinderfactor is 3,14 L/psi. Hoeveel liter V kan worden gebruikt voordat de veilige restdruk van 200 psi is bereikt?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft Hb 96 g/L, SaO₂ 98% en PaO₂ 101 mmHg (13,5 kPa). Bepaal het arteriële zuurstofgehalte CaO₂ = 1,34 × Hb (g/dL) × SaO₂ + 0,003 × PaO₂ (mmHg) in mL O₂/dL.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft Hb 145 g/L, SaO₂ 96% en PaO₂ 83 mmHg (11,1 kPa). Bepaal het arteriële zuurstofgehalte CaO₂ = 1,34 × Hb (g/dL) × SaO₂ + 0,003 × PaO₂ (mmHg) in mL O₂/dL.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een transport duurt 45 minuten. De cilinder van maat D (factor 0,16 L/psi) geeft 1700 psi aan. Wat is met een veilige restdruk van 200 psi de hoogste flow Q in hele L/min die het hele transport meegaat?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt op high-flow neuszuurstof heeft SpO₂ 95% bij FiO₂ 0,35 en een ademfrequentie van 18/min. Bepaal de ROX-index ROX = (SpO₂/FiO₂)/AF, met SpO₂ in procenten en FiO₂ als breuk. Rond af op twee decimalen.
Antwoordenblad
- 1. FiO₂ = 45 %
- 2. V = 5809 L
- 3. CaO₂ = 12,91 mL/dL
- 4. CaO₂ = 18,9 mL/dL
- 5. Q = 5 L/min
- 6. ROX = 15,08
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.