Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Het team wil via een neusbril een ingeademde zuurstoffractie van ongeveer 45%. Welke flow Q volgt uit de vuistregel FiO₂ ≈ 21% + 4% per L/min? (De werkelijke FiO₂ hangt af van de ademhaling van de patiënt.)
Werkblad Zuurstoftherapie en respiratoire berekeningen met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt ademt 22 keer per minuut met een teugvolume van 720 mL. Bepaal de minuutventilatie V̇E in L/min.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft Hb 157 g/L, SaO₂ 86% en PaO₂ 52 mmHg (6,9 kPa). Bepaal het arteriële zuurstofgehalte CaO₂ = 1,34 × Hb (g/dL) × SaO₂ + 0,003 × PaO₂ (mmHg) in mL O₂/dL.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zuurstofcilinder van maat E (factor 0,28 L/psi) geeft 1900 psi aan en loopt met 5 L/min. Hoeveel minuten t gaat hij mee als je een veilige restdruk van 200 psi aanhoudt? Rond af naar beneden op een hele minuut.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een transport duurt 120 minuten. De cilinder van maat D (factor 0,16 L/psi) geeft 2000 psi aan. Wat is met een veilige restdruk van 200 psi de hoogste flow Q in hele L/min die het hele transport meegaat?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt met acute hypoxemie en bilaterale afwijkingen, niet verklaard door hartfalen, heeft PaO₂ 6,7 kPa bij 40% zuurstof met een PEEP van 5 cmH₂O. Bepaal de ernst van de ARDS met de Berlijnse definitie. Klik op je antwoord.
- 1boven 300: geen ARDS-graad
- 2licht
- 3matig
- 4ernstig
- 5niet in te delen: PEEP onder 5
Antwoordenblad
- 1. Q = 6 L/min
- 2. V̇E = 15,84 L/min
- 3. CaO₂ = 18,25 mL/dL
- 4. t = 95 min
- 5. Q = 2 L/min
- 6. matig
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.