Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Het team wil via een neusbril een ingeademde zuurstoffractie van ongeveer 41%. Welke flow Q volgt uit de vuistregel FiO₂ ≈ 21% + 4% per L/min? (De werkelijke FiO₂ hangt af van de ademhaling van de patiënt.)
Werkblad Zuurstoftherapie en respiratoire berekeningen met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). De manometer van een zuurstofcilinder van maat D geeft 2150 psi aan. De cilinderfactor is 0,16 L/psi. Hoeveel liter V kan worden gebruikt voordat de veilige restdruk van 200 psi is bereikt?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft Hb 103 g/L, SaO₂ 97% en PaO₂ 96 mmHg (12,8 kPa). Bepaal het arteriële zuurstofgehalte CaO₂ = 1,34 × Hb (g/dL) × SaO₂ + 0,003 × PaO₂ (mmHg) in mL O₂/dL.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft Hb 123 g/L, SaO₂ 94% en PaO₂ 73 mmHg (9,7 kPa). Bepaal het arteriële zuurstofgehalte CaO₂ = 1,34 × Hb (g/dL) × SaO₂ + 0,003 × PaO₂ (mmHg) in mL O₂/dL.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een cilinder met een waterinhoud van 2 L is gevuld tot 117 bar en loopt met 8 L/min. Het gasvolume is ongeveer de waterinhoud × de druk. In deze oefening wordt de cilinder vervangen bij 20 bar. Hoeveel minuten t duurt het voordat hij vervangen moet worden? Rond af naar beneden op een hele minuut.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een transport duurt 20 minuten. De cilinder van maat D (factor 0,16 L/psi) geeft 1300 psi aan. Wat is met een veilige restdruk van 200 psi de hoogste flow Q in hele L/min die het hele transport meegaat?
Antwoordenblad
- 1. Q = 5 L/min
- 2. V = 312 L
- 3. CaO₂ = 13,68 mL/dL
- 4. CaO₂ = 15,71 mL/dL
- 5. t = 24 min
- 6. Q = 8 L/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.