Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Het team wil via een neusbril een ingeademde zuurstoffractie van ongeveer 37%. Welke flow Q volgt uit de vuistregel FiO₂ ≈ 21% + 4% per L/min? (De werkelijke FiO₂ hangt af van de ademhaling van de patiënt.)
Werkblad Zuurstoftherapie en respiratoire berekeningen met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). De manometer van een zuurstofcilinder van maat H geeft 2200 psi aan. De cilinderfactor is 3,14 L/psi. Hoeveel liter V kan worden gebruikt voordat de veilige restdruk van 200 psi is bereikt?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zuurstofcilinder van maat E (factor 0,28 L/psi) geeft 900 psi aan en loopt met 5 L/min. Hoeveel minuten t gaat hij mee als je een veilige restdruk van 200 psi aanhoudt? Rond af naar beneden op een hele minuut.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft Hb 72 g/L, SaO₂ 97% en PaO₂ 88 mmHg (11,7 kPa). Bepaal het arteriële zuurstofgehalte CaO₂ = 1,34 × Hb (g/dL) × SaO₂ + 0,003 × PaO₂ (mmHg) in mL O₂/dL.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt op high-flow neuszuurstof heeft SpO₂ 87% bij FiO₂ 0,6 en een ademfrequentie van 23/min. Bepaal de ROX-index ROX = (SpO₂/FiO₂)/AF, met SpO₂ in procenten en FiO₂ als breuk. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een transport duurt 60 minuten. De cilinder van maat D (factor 0,16 L/psi) geeft 1800 psi aan. Wat is met een veilige restdruk van 200 psi de hoogste flow Q in hele L/min die het hele transport meegaat?
Antwoordenblad
- 1. Q = 4 L/min
- 2. V = 6280 L
- 3. t = 39 min
- 4. CaO₂ = 9,623 mL/dL
- 5. ROX = 6,3
- 6. Q = 4 L/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.