Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Het team wil via een neusbril een ingeademde zuurstoffractie van ongeveer 33%. Welke flow Q volgt uit de vuistregel FiO₂ ≈ 21% + 4% per L/min? (De werkelijke FiO₂ hangt af van de ademhaling van de patiënt.)
Werkblad Zuurstoftherapie en respiratoire berekeningen met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). De manometer van een zuurstofcilinder van maat H geeft 1550 psi aan. De cilinderfactor is 3,14 L/psi. Hoeveel liter V kan worden gebruikt voordat de veilige restdruk van 200 psi is bereikt?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een beademde patiënt die aan de andere Berlijnse criteria voor ARDS voldoet, heeft PaO₂ 111 mmHg (14,8 kPa) bij 30% zuurstof met een PEEP van 6 cmH₂O. Bereken de P/F-ratio en klik op de ernst van de ARDS.
- 1boven 300: geen ARDS-graad
- 2licht
- 3matig
- 4ernstig
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zuurstofcilinder van maat E (factor 0,28 L/psi) geeft 1050 psi aan en loopt met 8 L/min. Hoeveel minuten t gaat hij mee als je een veilige restdruk van 200 psi aanhoudt? Rond af naar beneden op een hele minuut.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft Hb 151 g/L, SaO₂ 96%, PaO₂ 83 mmHg (11,1 kPa) en een hartminuutvolume van 5 L/min. Bepaal met CaO₂ = 1,34 × Hb (g/dL) × SaO₂ + 0,003 × PaO₂ (mmHg) het zuurstofaanbod DO₂ = CaO₂ × CO × 10 in mL/min.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft Hb 90 g/L, SaO₂ 97%, PaO₂ 92 mmHg (12,3 kPa) en een hartminuutvolume van 4,5 L/min. Bepaal met CaO₂ = 1,34 × Hb (g/dL) × SaO₂ + 0,003 × PaO₂ (mmHg) het zuurstofaanbod DO₂ = CaO₂ × CO × 10 in mL/min.
Antwoordenblad
- 1. Q = 3 L/min
- 2. V = 4239 L
- 3. boven 300: geen ARDS-graad
- 4. t = 29 min
- 5. DO₂ = 983,7 mL/min
- 6. DO₂ = 538,8 mL/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.