Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 23 kg krijgt azithromycin 10 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld over elke 24 uur. De orale suspensie bevat 200 mg in 5 mL. Welk volume V geef je per gift? Rond af op één decimaal.
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind weegt 66 lb. Het voorschrift is amoxicillin 90 mg/kg/dag verdeeld over 3 gelijke giften. Bereken met 1 kg = 2,2 lb de dosis D in mg die per keer wordt gegeven.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenprotocol schrijft een heparinebolus van 80 eenheden/kg voor bij een patiënt van 107 kg. De flacon bevat 5 000 eenheden/mL. Welk volume V trek je op? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus bevat 50 eenheden kortwerkende insuline in 250 mL. Het voorschrift is 0,05 eenheden/kg/h voor een patiënt van 86 kg. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zak bevat dopamine 400 mg in 250 mL. Het voorschrift is 3 mcg/kg/min voor een patiënt van 56 kg. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 56 kg heeft een voorschrift voor norepinephrine met 16 mcg/min. De zak bevat 8 mg in 250 mL. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. V = 5,8 mL
- 2. D = 900 mg
- 3. V = 1,7 mL
- 4. R = 21,5 mL/h
- 5. R = 6,3 mL/h
- 6. R = 30 mL/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.