Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind weegt 66 lb. Het voorschrift is cephalexin 50 mg/kg/dag verdeeld over 4 gelijke giften. Bereken met 1 kg = 2,2 lb de dosis D in mg die per keer wordt gegeven.
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind weegt 44 lb. Het voorschrift is cefuroxime 30 mg/kg/dag verdeeld over 2 gelijke giften. Bereken met 1 kg = 2,2 lb de dosis D in mg die per keer wordt gegeven.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus bevat 50 eenheden kortwerkende insuline in 50 mL. Het voorschrift is 0,1 eenheden/kg/h voor een patiënt van 90 kg. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus bevat 250 eenheden kortwerkende insuline in 250 mL. Het voorschrift is 7 eenheden/h. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus met dobutamine, 500 mg in 250 mL, loopt met 27 mL/h. De patiënt weegt 58 kg. Welke dosis D in mcg/kg/min krijgt de patiënt? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zak bevat dobutamine 250 mg in 250 mL. Het voorschrift is 7,5 mcg/kg/min voor een patiënt van 101 kg. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h? Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. D = 375 mg
- 2. D = 300 mg
- 3. R = 9 mL/h
- 4. R = 7 mL/h
- 5. D = 15,5 mcg/kg/min
- 6. R = 45,5 mL/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.