Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind weegt 88 lb. Het voorschrift is cephalexin 40 mg/kg/dag verdeeld over 4 gelijke giften. Bereken met 1 kg = 2,2 lb de dosis D in mg die per keer wordt gegeven.
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 28 kg krijgt cephalexin 50 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld over elke 6 uur. De orale suspensie bevat 250 mg in 5 mL. Welk volume V geef je per gift? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus van 50 eenheden kortwerkende insuline in 50 mL loopt met 2 mL/h. Hoeveel eenheden per uur D krijgt de patiënt?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus bevat 50 eenheden kortwerkende insuline in 50 mL. Het voorschrift is 6 eenheden/h. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus met dopamine, 800 mg in 500 mL, loopt met 6 mL/h. De patiënt weegt 105 kg. Welke dosis D in mcg/kg/min krijgt de patiënt? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus met dopamine, 400 mg in 250 mL, loopt met 24 mL/h. De patiënt weegt 91 kg. Welke dosis D in mcg/kg/min krijgt de patiënt? Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. D = 400 mg
- 2. V = 7 mL
- 3. D = 2 stuks/h
- 4. R = 6 mL/h
- 5. D = 1,5 mcg/kg/min
- 6. D = 7 mcg/kg/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.