Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 27 kg krijgt azithromycin 10 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld over elke 24 uur. De orale suspensie bevat 200 mg in 5 mL. Welk volume V geef je per gift? Rond af op één decimaal.
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind weegt 55 lb. Het voorschrift is cefuroxime 20 mg/kg/dag verdeeld over 2 gelijke giften. Bereken met 1 kg = 2,2 lb de dosis D in mg die per keer wordt gegeven.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus bevat 100 eenheden kortwerkende insuline in 250 mL. Het voorschrift is 0,1 eenheden/kg/h voor een patiënt van 64 kg. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zak bevat 20 000 eenheden heparine in 500 mL. Het voorschrift is 14 eenheden/kg/h voor een patiënt van 102 kg. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus met dobutamine, 500 mg in 250 mL, loopt met 29 mL/h. De patiënt weegt 108 kg. Welke dosis D in mcg/kg/min krijgt de patiënt? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus met dopamine, 800 mg in 500 mL, loopt met 4 mL/h. De patiënt weegt 97 kg. Welke dosis D in mcg/kg/min krijgt de patiënt? Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. V = 6,8 mL
- 2. D = 250 mg
- 3. R = 16 mL/h
- 4. R = 35,7 mL/h
- 5. D = 9 mcg/kg/min
- 6. D = 1,1 mcg/kg/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.