Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 14 kg krijgt cephalexin 40 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 6 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 22 kg krijgt amoxicillin 45 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 12 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenprotocol schrijft een heparinebolus van 60 eenheden/kg voor bij een patiënt van 51 kg. De flacon bevat 5 000 eenheden/mL. Welk volume V trek je op? Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus bevat 250 eenheden kortwerkende insuline in 250 mL. Het voorschrift is 0,1 eenheden/kg/h voor een patiënt van 81 kg. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus met dopamine, 400 mg in 250 mL, loopt met 7 mL/h. De patiënt weegt 79 kg. Welke dosis D in mcg/kg/min krijgt de patiënt? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus met dopamine, 800 mg in 500 mL, loopt met 29 mL/h. De patiënt weegt 51 kg. Welke dosis D in mcg/kg/min krijgt de patiënt? Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. D = 140 mg
- 2. D = 495 mg
- 3. V = 0,61 mL
- 4. R = 8,1 mL/h
- 5. D = 2,4 mcg/kg/min
- 6. D = 15,2 mcg/kg/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.