Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 12 kg krijgt azithromycin 10 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 24 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 26 kg krijgt amoxicillin 90 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 12 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus van 100 eenheden kortwerkende insuline in 250 mL loopt met 2 mL/h. Hoeveel eenheden per uur D krijgt de patiënt?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenprotocol schrijft een heparinebolus van 80 eenheden/kg voor bij een patiënt van 84 kg. De flacon bevat 5 000 eenheden/mL. Welk volume V trek je op? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus met dobutamine, 250 mg in 250 mL, loopt met 8 mL/h. De patiënt weegt 52 kg. Welke dosis D in mcg/kg/min krijgt de patiënt? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 75 kg heeft een voorschrift voor norepinephrine met 6 mcg/min. De zak bevat 4 mg in 250 mL. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. D = 120 mg
- 2. D = 1170 mg
- 3. D = 0,8 stuks/h
- 4. V = 1,3 mL
- 5. D = 2,6 mcg/kg/min
- 6. R = 22,5 mL/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.