Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 6 kg krijgt amoxicillin 80 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 8 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 25 kg krijgt clindamycin 30 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 8 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zak bevat 25 000 eenheden heparine in 500 mL. Het voorschrift is 15 eenheden/kg/h voor een patiënt van 75 kg. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus bevat 100 eenheden kortwerkende insuline in 250 mL. Het voorschrift is 0,1 eenheden/kg/h voor een patiënt van 88 kg. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus met dobutamine, 250 mg in 250 mL, loopt met 5 mL/h. De patiënt weegt 81 kg. Welke dosis D in mcg/kg/min krijgt de patiënt? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 92 kg heeft een voorschrift voor nitroglycerin met 5 mcg/min. De zak bevat 50 mg in 250 mL. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. D = 160 mg
- 2. D = 250 mg
- 3. R = 22,5 mL/h
- 4. R = 22 mL/h
- 5. D = 1 mcg/kg/min
- 6. R = 1,5 mL/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.