Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind weegt 33 lb. Het voorschrift is clindamycin 20 mg/kg/dag verdeeld over 3 gelijke giften. Bereken met 1 kg = 2,2 lb de dosis D in mg die per keer wordt gegeven.
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 6 kg krijgt cephalexin 40 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld over elke 12 uur. De orale suspensie bevat 125 mg in 5 mL. Welk volume V geef je per gift? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenprotocol schrijft een heparinebolus van 80 eenheden/kg voor bij een patiënt van 61 kg. De flacon bevat 1 000 eenheden/mL. Welk volume V trek je op? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus van 50 eenheden kortwerkende insuline in 50 mL loopt met 12 mL/h. Hoeveel eenheden per uur D krijgt de patiënt?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus met dopamine, 400 mg in 250 mL, loopt met 33 mL/h. De patiënt weegt 88 kg. Welke dosis D in mcg/kg/min krijgt de patiënt? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 92 kg heeft een voorschrift voor norepinephrine met 6 mcg/min. De zak bevat 4 mg in 250 mL. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. D = 100 mg
- 2. V = 4,8 mL
- 3. V = 4,9 mL
- 4. D = 12 stuks/h
- 5. D = 10 mcg/kg/min
- 6. R = 22,5 mL/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.