Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 7 kg krijgt clindamycin 24 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 6 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 14 kg krijgt cefuroxime 20 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 12 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus bevat 50 eenheden kortwerkende insuline in 50 mL. Het voorschrift is 0,1 eenheden/kg/h voor een patiënt van 74 kg. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenprotocol schrijft een heparinebolus van 70 eenheden/kg voor bij een patiënt van 68 kg. De flacon bevat 5 000 eenheden/mL. Welk volume V trek je op? Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 78 kg heeft een voorschrift voor norepinephrine met 6 mcg/min. De zak bevat 4 mg in 250 mL. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus met dopamine, 800 mg in 500 mL, loopt met 4 mL/h. De patiënt weegt 68 kg. Welke dosis D in mcg/kg/min krijgt de patiënt? Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. D = 42 mg
- 2. D = 140 mg
- 3. R = 7,4 mL/h
- 4. V = 0,95 mL
- 5. R = 22,5 mL/h
- 6. D = 1,6 mcg/kg/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.