Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind weegt 33 lb. Het voorschrift is clindamycin 24 mg/kg/dag verdeeld over 4 gelijke giften. Bereken met 1 kg = 2,2 lb de dosis D in mg die per keer wordt gegeven.
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 6 kg krijgt cephalexin 50 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 8 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus bevat 50 eenheden kortwerkende insuline in 100 mL. Het voorschrift is 0,1 eenheden/kg/h voor een patiënt van 97 kg. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenprotocol schrijft een heparinebolus van 80 eenheden/kg voor bij een patiënt van 82 kg. De flacon bevat 1 000 eenheden/mL. Welk volume V trek je op? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zak bevat dopamine 400 mg in 250 mL. Het voorschrift is 5 mcg/kg/min voor een patiënt van 84 kg. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 85 kg heeft een voorschrift voor norepinephrine met 4 mcg/min. De zak bevat 4 mg in 250 mL. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. D = 90 mg
- 2. D = 100 mg
- 3. R = 19,4 mL/h
- 4. V = 6,6 mL
- 5. R = 15,8 mL/h
- 6. R = 15 mL/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.