Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 31 kg krijgt azithromycin 10 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 24 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind weegt 22 lb. Het voorschrift is clindamycin 24 mg/kg/dag verdeeld over 4 gelijke giften. Bereken met 1 kg = 2,2 lb de dosis D in mg die per keer wordt gegeven.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenprotocol schrijft een heparinebolus van 80 eenheden/kg voor bij een patiënt van 93 kg. De flacon bevat 5 000 eenheden/mL. Welk volume V trek je op? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus bevat 50 eenheden kortwerkende insuline in 250 mL. Het voorschrift is 0,1 eenheden/kg/h voor een patiënt van 64 kg. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 65 kg heeft een voorschrift voor norepinephrine met 10 mcg/min. De zak bevat 4 mg in 250 mL. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zak bevat dopamine 800 mg in 500 mL. Het voorschrift is 10 mcg/kg/min voor een patiënt van 108 kg. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h? Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. D = 310 mg
- 2. D = 60 mg
- 3. V = 1,5 mL
- 4. R = 32 mL/h
- 5. R = 37,5 mL/h
- 6. R = 40,5 mL/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.