Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 32 kg krijgt cephalexin 25 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 6 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 22 kg krijgt azithromycin 10 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld over elke 24 uur. De orale suspensie bevat 100 mg in 5 mL. Welk volume V geef je per gift? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenprotocol schrijft een heparinebolus van 80 eenheden/kg voor bij een patiënt van 83 kg. De flacon bevat 5 000 eenheden/mL. Welk volume V trek je op? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zak bevat 25 000 eenheden heparine in 500 mL. Het voorschrift is 15 eenheden/kg/h voor een patiënt van 67 kg. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zak bevat dobutamine 250 mg in 250 mL. Het voorschrift is 10 mcg/kg/min voor een patiënt van 52 kg. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus met dopamine, 800 mg in 500 mL, loopt met 19 mL/h. De patiënt weegt 60 kg. Welke dosis D in mcg/kg/min krijgt de patiënt? Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. D = 200 mg
- 2. V = 11 mL
- 3. V = 1,3 mL
- 4. R = 20,1 mL/h
- 5. R = 31,2 mL/h
- 6. D = 8,4 mcg/kg/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.