Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 14 kg krijgt cephalexin 50 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld over elke 6 uur. De orale suspensie bevat 250 mg in 5 mL. Welk volume V geef je per gift? Rond af op één decimaal.
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 32 kg krijgt azithromycin 10 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 24 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zak bevat 25 000 eenheden heparine in 500 mL. Het voorschrift is 14 eenheden/kg/h voor een patiënt van 74 kg. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus van 100 eenheden kortwerkende insuline in 100 mL loopt met 2 mL/h. Hoeveel eenheden per uur D krijgt de patiënt?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 90 kg heeft een voorschrift voor nitroglycerin met 30 mcg/min. De zak bevat 50 mg in 250 mL. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 84 kg heeft een voorschrift voor norepinephrine met 6 mcg/min. De zak bevat 8 mg in 250 mL. Bereken de pompsnelheid R in mL/h. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. V = 3,5 mL
- 2. D = 320 mg
- 3. R = 20,7 mL/h
- 4. D = 2 stuks/h
- 5. R = 9 mL/h
- 6. R = 11,3 mL/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.