Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind weegt 44 lb. Het voorschrift is cephalexin 25 mg/kg/dag verdeeld over 4 gelijke giften. Bereken met 1 kg = 2,2 lb de dosis D in mg die per keer wordt gegeven.
Werkblad Dosering bij kinderen en op de IC met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 12 kg krijgt amoxicillin 40 mg/kg/dag voorgeschreven, verdeeld en elke 12 uur gegeven. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenprotocol schrijft een heparinebolus van 80 eenheden/kg voor bij een patiënt van 56 kg. De flacon bevat 1 000 eenheden/mL. Welk volume V trek je op? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus van 100 eenheden kortwerkende insuline in 250 mL loopt met 8 mL/h. Hoeveel eenheden per uur D krijgt de patiënt?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus met dobutamine, 500 mg in 250 mL, loopt met 8 mL/h. De patiënt weegt 109 kg. Welke dosis D in mcg/kg/min krijgt de patiënt? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een zak bevat dopamine 400 mg in 250 mL. Het voorschrift is 10 mcg/kg/min voor een patiënt van 71 kg. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h? Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. D = 125 mg
- 2. D = 240 mg
- 3. V = 4,5 mL
- 4. D = 3,2 stuks/h
- 5. D = 2,4 mcg/kg/min
- 6. R = 26,6 mL/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.