Een bioscoop verkoopt 5 000 kaartjes per week. De prijselasticiteit van de vraag is −0,4. Als de kaartjesprijs met 8 % stijgt, hoeveel kaartjes Q verkoopt de bioscoop dan per week?
Werkblad Prijselasticiteit van de vraag met antwoorden
Als de prijs van een product met 8 % stijgt, daalt de gevraagde hoeveelheid met 12 %. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E.
Als de prijs van een kaartje verandert van €4,00 naar €6,50, verandert de weekafzet van 1200 naar 300. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
Als de prijs van een kaartje verandert van €15,00 naar €11,00, verandert de weekafzet van 1000 naar 1530. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product heeft een constante prijselasticiteit van −0,5, dus Q = A·P^−0,5. Bij een prijs van €10 worden 1 000 stuks verkocht. Hoeveel stuks Q worden er verkocht bij een prijs van €8,00?
De vraag naar een product is Q = 800 − 8P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €20.
Antwoordenblad
- 1. Q = 4840 kaartjes
- 2. E = −1,5
- 3. E = −2,52
- 4. E = −1,362
- 5. Q = 1118 stuks
- 6. E = −0,25
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.