Een bioscoop verkoopt 2 000 kaartjes per week. De prijselasticiteit van de vraag is −1,2. Als de kaartjesprijs met 12 % wordt verlaagd, hoeveel kaartjes Q verkoopt de bioscoop dan per week?
Werkblad Prijselasticiteit van de vraag met antwoorden
De prijselasticiteit van de vraag naar een product is −1,5. De prijs wordt met 12 % verlaagd. Met welk percentage %ΔQ verandert de gevraagde hoeveelheid?
Als de prijs van een kaartje verandert van €20,00 naar €30,00, verandert de weekafzet van 100 naar 70. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
Als de prijs van een kaartje verandert van €8,00 naar €7,00, verandert de weekafzet van 200 naar 210. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product is Q = 400 − 5P, met P in euro. Bij welke prijs P is de prijselasticiteit van de vraag gelijk aan −3?
De (inverse) vraag naar een product is P = 40 − 0,2Q, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E als er 60 stuks worden verkocht.
Antwoordenblad
- 1. Q = 2288 kaartjes
- 2. %ΔQ = 18 %
- 3. E = −0,8824
- 4. E = −0,3659
- 5. P = 60 €
- 6. E = −2,333
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.