Een bioscoop verkoopt 1 200 kaartjes per week. De prijselasticiteit van de vraag is −1,2. Als de kaartjesprijs met 12 % wordt verlaagd, hoeveel kaartjes Q verkoopt de bioscoop dan per week?
Werkblad Prijselasticiteit van de vraag met antwoorden
Als de prijs van een product met 25 % stijgt, daalt de gevraagde hoeveelheid met 5 %. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E.
Als de prijs van een kaartje verandert van €5,00 naar €4,00, verandert de weekafzet van 400 naar 500. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
Van een product worden 10 000 stuks per maand verkocht voor €25. De prijselasticiteit van de vraag is −2. Het bedrijf verandert de prijs met −5%. Met hoeveel ΔR verandert de maandomzet, als je aanneemt dat %ΔQ = E·%ΔP?
De (inverse) vraag naar een product is P = 200 − 2Q, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E als er 60 stuks worden verkocht.
De vraag naar een product is Q = 1000 − 25P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €12.
Antwoordenblad
- 1. Q = 1373 kaartjes
- 2. E = −0,2
- 3. E = −1
- 4. ΔR = 11250 €
- 5. E = −0,6667
- 6. E = −0,4286
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.