De prijselasticiteit van de vraag naar een product is −1,2. De prijs wordt met 15 % verlaagd. Met welk percentage %ΔQ verandert de gevraagde hoeveelheid?
Werkblad Prijselasticiteit van de vraag met antwoorden
Een bioscoop verkoopt 1 000 kaartjes per week. De prijselasticiteit van de vraag is −1,2. Als de kaartjesprijs met 15 % stijgt, hoeveel kaartjes Q verkoopt de bioscoop dan per week?
Als de prijs van een kaartje verandert van €12,00 naar €22,00, verandert de weekafzet van 500 naar 170. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
Als de prijs van een kaartje verandert van €25,00 naar €15,00, verandert de weekafzet van 1200 naar 1580. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De (inverse) vraag naar een product is P = 20 − 2Q, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E als er 2 stuks worden verkocht.
De (inverse) vraag naar een product is P = 80 − 2Q, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E als er 24 stuks worden verkocht.
Antwoordenblad
- 1. %ΔQ = 18 %
- 2. Q = 820 kaartjes
- 3. E = −1,675
- 4. E = −0,5468
- 5. E = −4
- 6. E = −0,6667
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.