Werkblad Prijselasticiteit van de vraag met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Prijselasticiteit van de vraag: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
kaartprijs−5%kaartjes per week?2 000 → QE = −1,2

Een bioscoop verkoopt 2 000 kaartjes per week. De prijselasticiteit van de vraag is −1,2. Als de kaartjesprijs met 5 % wordt verlaagd, hoeveel kaartjes Q verkoopt de bioscoop dan per week?

Q1 = 2 000E = −1,2%ΔP = −5%
Q = kaartjes
2.Makkelijk
kaartprijs+10%kaartjes per week?1 000 → QE = −1,2

Een bioscoop verkoopt 1 000 kaartjes per week. De prijselasticiteit van de vraag is −1,2. Als de kaartjesprijs met 10 % stijgt, hoeveel kaartjes Q verkoopt de bioscoop dan per week?

Q1 = 1 000E = −1,2%ΔP = +10%
Q = kaartjes
3.Gemiddeld
QPD1000€15,00570€19,00

Als de prijs van een kaartje verandert van €15,00 naar €19,00, verandert de weekafzet van 1000 naar 570. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.

P1 = €15,00P2 = €19,00Q1 = 1000Q2 = 570
E =
4.Gemiddeld
QPD1000€2,002000€1,00

Als de prijs van een kaartje verandert van €2,00 naar €1,00, verandert de weekafzet van 1000 naar 2000. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.

P1 = €2,00P2 = €1,00Q1 = 1000Q2 = 2000
E =
5.Moeilijk
QPDQ€24

De vraag naar een product is Q = 240 − 4P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €24.

Q = 240 − 4PP = €24
E =
6.Moeilijk
QPD2 000€5Q = ?€6,50

De vraag naar een product heeft een constante prijselasticiteit van −0,5, dus Q = A·P^−0,5. Bij een prijs van €5 worden 2 000 stuks verkocht. Hoeveel stuks Q worden er verkocht bij een prijs van €6,50?

E = −0,5P1 = €5Q1 = 2 000P2 = €6,50
Q = stuks

Antwoordenblad

  1. 1. Q = 2120 kaartjes
  2. 2. Q = 880 kaartjes
  3. 3. E = −2,328
  4. 4. E = −1
  5. 5. E = −0,6667
  6. 6. Q = 1754 stuks

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.