Een bioscoop verkoopt 200 kaartjes per week. De prijselasticiteit van de vraag is −0,8. Als de kaartjesprijs met 4 % wordt verlaagd, hoeveel kaartjes Q verkoopt de bioscoop dan per week?
Werkblad Prijselasticiteit van de vraag met antwoorden
Als de prijs van een product met 5 % daalt, stijgt de gevraagde hoeveelheid met 7,5 %. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E.
Als de prijs van een kaartje verandert van €4,00 naar €1,50, verandert de weekafzet van 800 naar 1100. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
Als de prijs van een kaartje verandert van €5,00 naar €6,50, verandert de weekafzet van 1200 naar 1060. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product is Q = 240 − 4P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €45.
De vraag naar een product is Q = 160 − 4P, met P in euro. Bij welke prijs P is de prijselasticiteit van de vraag gelijk aan −2?
Antwoordenblad
- 1. Q = 206,4 kaartjes
- 2. E = −1,5
- 3. E = −0,3474
- 4. E = −0,4749
- 5. E = −3
- 6. P = 26,67 €
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.