Een bioscoop verkoopt 1 000 kaartjes per week. De prijselasticiteit van de vraag is −2. Als de kaartjesprijs met 10 % stijgt, hoeveel kaartjes Q verkoopt de bioscoop dan per week?
Werkblad Prijselasticiteit van de vraag met antwoorden
Als de prijs van een product met 5 % stijgt, daalt de gevraagde hoeveelheid met 6 %. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E.
Als de prijs van een kaartje verandert van €25,00 naar €19,00, verandert de weekafzet van 800 naar 1180. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
Als de prijs van een kaartje verandert van €8,00 naar €7,00, verandert de weekafzet van 100 naar 110. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product is Q = 2000 − 20P, met P in euro. Bij welke prijs P is de prijselasticiteit van de vraag gelijk aan −0,25?
De vraag naar een product is Q = 2500 − 50P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €15.
Antwoordenblad
- 1. Q = 800 kaartjes
- 2. E = −1,2
- 3. E = −1,407
- 4. E = −0,7143
- 5. P = 20 €
- 6. E = −0,4286
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.