Werkblad Prijselasticiteit van de vraag met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Prijselasticiteit van de vraag: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
QPDQ1​P1​Q2​P2​

Als de prijs van een product met 8 % daalt, stijgt de gevraagde hoeveelheid met 20 %. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E.

%ΔP = −8%%ΔQ = +20%
E =
2.Makkelijk
QPDQ1​P1​Q2​P2​

Als de prijs van een product met 12 % stijgt, daalt de gevraagde hoeveelheid met 9,6 %. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E.

%ΔP = +12%%ΔQ = −9,6%
E =
3.Gemiddeld
QPD4 000€20Q2​P2​ (−20%)ΔR = ?

Van een product worden 4 000 stuks per maand verkocht voor €20. De prijselasticiteit van de vraag is −0,3. Het bedrijf verandert de prijs met −20%. Met hoeveel ΔR verandert de maandomzet, als je aanneemt dat %ΔQ = E·%ΔP?

P1 = €20Q1 = 4 000E = −0,3%ΔP = −20%
ΔR = €
4.Gemiddeld
QPD500€25,00260€31,00

Als de prijs van een kaartje verandert van €25,00 naar €31,00, verandert de weekafzet van 500 naar 260. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.

P1 = €25,00P2 = €31,00Q1 = 500Q2 = 260
E =
5.Moeilijk
QPDQ€24

De vraag naar een product is Q = 60 − 2P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €24.

Q = 60 − 2PP = €24
E =
6.Moeilijk
QPDQP = ?

De vraag naar een product is Q = 400 − 20P, met P in euro. Bij welke prijs P is de totale omzet het grootst?

Q = 400 − 20P
P = €

Antwoordenblad

  1. 1. E = −2,5
  2. 2. E = −0,8
  3. 3. ΔR = −12160 €
  4. 4. E = −2,947
  5. 5. E = −4
  6. 6. P = 10 €

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.