De prijselasticiteit van de vraag naar een product is −1,5. De prijs wordt met 4 % verlaagd. Met welk percentage %ΔQ verandert de gevraagde hoeveelheid?
Werkblad Prijselasticiteit van de vraag met antwoorden
Een bioscoop verkoopt 5 000 kaartjes per week. De prijselasticiteit van de vraag is −1,2. Als de kaartjesprijs met 8 % stijgt, hoeveel kaartjes Q verkoopt de bioscoop dan per week?
Als de prijs van een kaartje verandert van €8,00 naar €5,50, verandert de weekafzet van 1200 naar 1650. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
Als de prijs van een kaartje verandert van €20,00 naar €18,00, verandert de weekafzet van 800 naar 930. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product is Q = 240 − 4P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €24.
De vraag naar een product is Q = 400 − 8P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €40.
Antwoordenblad
- 1. %ΔQ = 6 %
- 2. Q = 4520 kaartjes
- 3. E = −0,8526
- 4. E = −1,428
- 5. E = −0,6667
- 6. E = −4
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.