Werkblad Prijselasticiteit van de vraag met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Prijselasticiteit van de vraag: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
kaartprijs−10%kaartjes per week?200 → QE = −1,5

Een bioscoop verkoopt 200 kaartjes per week. De prijselasticiteit van de vraag is −1,5. Als de kaartjesprijs met 10 % wordt verlaagd, hoeveel kaartjes Q verkoopt de bioscoop dan per week?

Q1 = 200E = −1,5%ΔP = −10%
Q = kaartjes
2.Makkelijk
QPDQ1​P1​Q2​P2​

Als de prijs van een product met 25 % daalt, stijgt de gevraagde hoeveelheid met 30 %. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E.

%ΔP = −25%%ΔQ = +30%
E =
3.Gemiddeld
QPD800€25,00490€31,00

Als de prijs van een kaartje verandert van €25,00 naar €31,00, verandert de weekafzet van 800 naar 490. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.

P1 = €25,00P2 = €31,00Q1 = 800Q2 = 490
E =
4.Gemiddeld
QPD1200€20,001680€10,00

Als de prijs van een kaartje verandert van €20,00 naar €10,00, verandert de weekafzet van 1200 naar 1680. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.

P1 = €20,00P2 = €10,00Q1 = 1200Q2 = 1680
E =
5.Moeilijk
QPDQP = ?

De vraag naar een product is Q = 150 − 5P, met P in euro. Bij welke prijs P is de prijselasticiteit van de vraag gelijk aan −0,5?

Q = 150 − 5PE = −0,5
P = €
6.Moeilijk
QPD8 000€8Q = ?€10,40

De vraag naar een product heeft een constante prijselasticiteit van −2,5, dus Q = A·P^−2,5. Bij een prijs van €8 worden 8 000 stuks verkocht. Hoeveel stuks Q worden er verkocht bij een prijs van €10,40?

E = −2,5P1 = €8Q1 = 8 000P2 = €10,40
Q = stuks

Antwoordenblad

  1. 1. Q = 230 kaartjes
  2. 2. E = −1,2
  3. 3. E = −2,243
  4. 4. E = −0,5
  5. 5. P = 10 €
  6. 6. Q = 4152 stuks

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.