De prijselasticiteit van de vraag naar een product is −0,5. De prijs wordt met 2 % verhoogd. Met welk percentage %ΔQ verandert de gevraagde hoeveelheid?
Werkblad Prijselasticiteit van de vraag met antwoorden
Als de prijs van een product met 25 % stijgt, daalt de gevraagde hoeveelheid met 30 %. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E.
Van een product worden 2 500 stuks per maand verkocht voor €12. De prijselasticiteit van de vraag is −2. Het bedrijf verandert de prijs met +20%. Met hoeveel ΔR verandert de maandomzet, als je aanneemt dat %ΔQ = E·%ΔP?
Als de prijs van een kaartje verandert van €15,00 naar €19,00, verandert de weekafzet van 100 naar 90. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product heeft een constante prijselasticiteit van −2,5, dus Q = A·P^−2,5. Bij een prijs van €25 worden 8 000 stuks verkocht. Hoeveel stuks Q worden er verkocht bij een prijs van €32,50?
De vraag naar een product is Q = 2000 − 50P, met P in euro. Bij welke prijs P is de totale omzet het grootst?
Antwoordenblad
- 1. %ΔQ = −1 %
- 2. E = −1,2
- 3. ΔR = −8400 €
- 4. E = −0,4474
- 5. Q = 4152 stuks
- 6. P = 20 €
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.