Werkblad Prijselasticiteit van de vraag met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Prijselasticiteit van de vraag: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
kaartprijs−5%kaartjes per week?1 200 → QE = −0,4

Een bioscoop verkoopt 1 200 kaartjes per week. De prijselasticiteit van de vraag is −0,4. Als de kaartjesprijs met 5 % wordt verlaagd, hoeveel kaartjes Q verkoopt de bioscoop dan per week?

Q1 = 1 200E = −0,4%ΔP = −5%
Q = kaartjes
2.Makkelijk
prijs−2%gevraagde hoeveelheid?%ΔQE = −0,8

De prijselasticiteit van de vraag naar een product is −0,8. De prijs wordt met 2 % verlaagd. Met welk percentage %ΔQ verandert de gevraagde hoeveelheid?

E = −0,8%ΔP = −2%
%ΔQ = %
3.Gemiddeld
QPD1000€25,00940€27,00

Als de prijs van een kaartje verandert van €25,00 naar €27,00, verandert de weekafzet van 1000 naar 940. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.

P1 = €25,00P2 = €27,00Q1 = 1000Q2 = 940
E =
4.Gemiddeld
QPD5 000€15Q2​P2​ (+15%)ΔR = ?

Van een product worden 5 000 stuks per maand verkocht voor €15. De prijselasticiteit van de vraag is −1,5. Het bedrijf verandert de prijs met +15%. Met hoeveel ΔR verandert de maandomzet, als je aanneemt dat %ΔQ = E·%ΔP?

P1 = €15Q1 = 5 000E = −1,5%ΔP = +15%
ΔR = €
5.Moeilijk
QPDQ€40

De vraag naar een product is Q = 800 − 8P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €40.

Q = 800 − 8PP = €40
E =
6.Moeilijk
QPD5 000€25Q = ?€31,25

De vraag naar een product heeft een constante prijselasticiteit van −1,2, dus Q = A·P^−1,2. Bij een prijs van €25 worden 5 000 stuks verkocht. Hoeveel stuks Q worden er verkocht bij een prijs van €31,25?

E = −1,2P1 = €25Q1 = 5 000P2 = €31,25
Q = stuks

Antwoordenblad

  1. 1. Q = 1224 kaartjes
  2. 2. %ΔQ = 1,6 %
  3. 3. E = −0,8041
  4. 4. ΔR = −8156 €
  5. 5. E = −0,6667
  6. 6. Q = 3825 stuks

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.