Een zak bevat 5 rode en 2 blauwe knikkers. Je pakt er willekeurig één. Wat is de kans P dat die niet rood is?
Werkblad Kansrekening met antwoorden
1.Makkelijk
5 / 2
P =
2.Makkelijk
Een stochast X heeft de getoonde kansverdeling. Bepaal zijn verwachtingswaarde E(X).
x: 0, 1, 2, 3, 4p(x): 0,05, 0,1, 0,25, 0,25, 0,35
E(X) =
3.Gemiddeld
Bepaal voor de getoonde verdeling de variantie Var(X) van X.
x: 10, 20, 30, 40p(x): 0,2, 0,2, 0,3, 0,3
Var(X) =
4.Gemiddeld
Bepaal voor de getoonde verdeling de standaardafwijking σ van X.
x: 1, 2, 3, 4, 5p(x): 0,35, 0,2, 0,2, 0,1, 0,15
σ =
5.Moeilijk
Een spel kost €1 inzet. Je wint €3 met kans 0,3 en €50 met kans 0,02; anders win je niets. De inzet krijg je niet terug. Bepaal de verwachte nettowinst E(G) per spel.
inzet = €1€3: p = 0,3€50: p = 0,02
E(G) = €
6.Moeilijk
Een toets heeft 9 meerkeuzevragen. Een student die gokt, heeft elke vraag onafhankelijk goed met kans 0,6. Wat is de kans P op precies 3 goede antwoorden?
n = 9p = 0,6k = 3
P =
Antwoordenblad
- 1. P = 0,2857
- 2. E(X) = 2,75
- 3. Var(X) = 121
- 4. σ = 1,432
- 5. E(G) = 0,9 €
- 6. P = 0,07432
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.