De tabel geeft de kansverdeling van X, maar er ontbreekt een kans. Bepaal P(X = 4).
Werkblad Kansrekening met antwoorden
1.Makkelijk
x: 0, 1, 2, 3, 4p(x): 0,2, 0,3, 0,15, 0,15, ?
P(X = 4) =
2.Makkelijk
Een zak bevat 5 rode, 3 blauwe en 1 groene knikkers. Je pakt er willekeurig één. Wat is de kans P dat die niet rood is?
5 / 3 / 1
P =
3.Gemiddeld
Bepaal voor de getoonde verdeling de variantie Var(X) van X.
x: 1, 2, 3, 4, 5p(x): 0,1, 0,1, 0,25, 0,3, 0,25
Var(X) =
4.Gemiddeld
Bepaal voor de getoonde verdeling de standaardafwijking σ van X.
x: 0, 1, 2, 3p(x): 0,15, 0,35, 0,3, 0,2
σ =
5.Moeilijk
Er worden 6 onderdelen getest, en elk valt onafhankelijk uit met kans 0,7. Wat is de kans P dat er hoogstens één uitvalt?
n = 6p = 0,7
P =
6.Moeilijk
Een toets heeft 11 meerkeuzevragen. Een student die gokt, heeft elke vraag onafhankelijk goed met kans 0,1. Wat is de kans P op precies 5 goede antwoorden?
n = 11p = 0,1k = 5
P =
Antwoordenblad
- 1. P(X = 4) = 0,2
- 2. P = 0,4444
- 3. Var(X) = 1,55
- 4. σ = 0,9734
- 5. P = 0,01094
- 6. P = 0,002455
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.