Precies één rij van de waarheidstabel maakt (¬b ↔ a) ∨ ¬a onwaar. Klik op die rij.
- 1a = 1, b = 1
- 2a = 1, b = 0
- 3a = 0, b = 1
- 4a = 0, b = 0
Precies één rij van de waarheidstabel maakt (¬b ↔ a) ∨ ¬a onwaar. Klik op die rij.
Maak de waarheidstabel af (1 = waar, 0 = onwaar). In hoeveel rijen N is ¬b ∧ a waar?
In hoeveel van de 8 rijen van zijn waarheidstabel is (b → c) → (a → (a ∧ ¬b)) waar? Noem dit aantal N.
In hoeveel van de 8 rijen van zijn waarheidstabel is ¬((q ↔ p) ∨ ¬((q ∧ p) → r)) waar? Noem dit aantal N.
Welke uitspraak is equivalent met ¬∀x (P(x) → Q(x)), met de ontkenning helemaal naar binnen geschoven? Klik erop.
De premissen q ∨ p; ¬q ∨ r zijn gegeven. Welke conclusie volgt eruit? Klik erop.
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.