Een eerste-orde reactie heeft een snelheidsconstante van 0,25 min⁻¹. Vind de halveringstijd t½.
Werkblad Reactiekinetiek met antwoorden
De reactie A + B → C volgt de snelheidsvergelijking r = k·CA·CB, met k = 0,01 L/(mol·s). Vind de reactiesnelheid r als CA = 0,1 mol/L en CB = 2 mol/L.
Een tweede-orde reactie (−rA = k·CA²) in een batchreactor heeft k = 0,5 L/(mol·min) en begint bij 0,5 mol/L. Hoe lang duurt het om 60% conversie te bereiken? Vind t.
Een reactie met snelheidsvergelijking −rA = k·CA² heeft k = 0,8 L/(mol·min) en begint bij 2 mol/L. Vind de concentratie CA na 20 min.
Een reactie heeft een activeringsenergie van 70 kJ/mol. Bij 25 °C is ze te traag. Tot welke temperatuur T2 (in °C) moet ze worden verwarmd om 2 keer zo snel te verlopen?
Een reactie heeft een snelheidsconstante van 0,01 min⁻¹ bij 25 °C en een activeringsenergie van 120 kJ/mol. Vind de snelheidsconstante k2 bij 50 °C.
Antwoordenblad
- 1. t½ = 2,773 min
- 2. r = 0,002 mol/(L·s)
- 3. t = 6 min
- 4. CA = 0,06061 mol/L
- 5. T2 = 32,5 °C
- 6. k2 = 0,4232 min⁻¹
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.